Knutselen

Knutselen

“Zoeeff!” Mol bukt snel, want daar vliegt een papieren vliegtuigje rakelings langs zijn hoofd. “Bommetje!!!” En hop, daar vliegt een dikke prop aluminiumfolie er achteraan. Bijna zijn bril geraakt. Wat zijn ze toch allemaal aan het doen?

De juf heeft op de tafels in de groepjes allemaal materiaal neergelegd en gezegd: “jullie mogen vandaag zelf een bouwwerk verzinnen voor in onze fantasie-stad. Het mag van alles zijn, zolang het maar overeind blijft staan en past op onze plattegrond.”
Nou, dat is me een opdracht! Niemand weet eigenlijk goed hoe te beginnen. Sommigen zijn druk aan het fantaseren. Anderen lopen rondjes door de klas, omdat ze geen idéé hebben wat de bedoeling is. En weer anderen gaan uit balorigheid met het materiaal aan de haal. Vandaar dat vliegtuigje en die prop folie. Hier en daar zit iemand verdwaasd te staren of zelfs te huilen, omdat het allemaal teveel is.

Mol zit erbij en kijkt ernaar. Wat Mol heel goed kan, is rustig blijven in dit soort situaties. Wat Mol niet zo goed kan, is begrijpen waarom iedereen zo door elkaar loopt, of praat, of schreeuwt. Zo raar, want de opdracht is toch duidelijk? Juf heeft er ook nog bij verteld dat hun plattegrond tentoongesteld zal worden, zodat alle papa’s en mama’s kunnen zien wat ze samen hebben gemaakt. Dat is toch een super idee?

Wacht, Mol loopt maar eens naar de plattegrond die voorin de klas ligt. Hoe groot is die eigenlijk? En waar kun je dan die bouwwerken neerzetten?
Op de plattegrond ziet Mol straten getekend. En veldjes. Kijk, juf heeft zelfs bloemen getekend in sommige veldjes! Er zijn ook stukken waar niks op staat.
Hmmm. Als dit een stad moet worden… dan heb je huizen nodig. Winkels. Misschien een kerk of een moskee. En een school, natuurlijk!

Maar hoe maak je dat allemaal? Op de tafels liggen dozen en doosjes, kokers en wc rolletjes, gekleurd papier en aluminiumfolie. Er staan potjes lijm, er ligt plakband, er liggen elastiekjes en pijpenragers in allerlei kleuren en er is touw. Scharen, potloden en stiften kunnen ze zelf uit de knutselkast pakken.

Mol krijgt opeens een reuze-idee: hij wil met zijn vriendje wel een moskee maken! Zijn vriendje komt daar vaak en Mol heeft gezien dat er een mooi glimmend dak op ligt. Dat lijkt hem wel wat! In zijn hoofd ontstaat een sprookjesachtig beeld van een gebouw met een ronde toren en zo’n ui-vormig dak van glimmend aluminiumfolie.

Mol poetst zijn roze bril eens goed op, drukt deze stevig op zijn neus en loopt terug naar zijn groepje. Hij pakt een paar doosjes en een koker waar keukenpapier om heeft gezeten. Dat kan mooi de toren worden. Met een flink stuk aluminiumfolie begint hij aan de glimmende ui voor bovenop. Al snel komt zijn vriendje kijken: “wat maak jij?” Mol legt uit wat zijn idee is en zijn vriendje begint enthousiast te vertellen wat er allemaal nog bij moet om de moskee zo mooi mogelijk te maken. Samen met Mol gaat hij kijken of de doosjes en de koker naast elkaar wel op de plattegrond zullen passen. Het wordt best een groot gebouw, maar gelukkig is er ook een grote plek te vinden waar ze het straks kunnen neerzetten.
Eén van de meisjes uit hun groepje heeft hun plannetje opgevangen en bedacht dat ze met kleine stukjes gekleurd papier een mooi mozaïek kan maken, zoals je wel eens ziet op de muren van een moskee. Of dat nou echt is of dat ze het in een sprookjesboek heeft gezien, dat maakt haar niet uit. Ze trekt haar vriendinnetje mee en samen gaan ze aan de slag.
Al snel zit het hele groepje van Mol met hun tong uit hun mond te werken aan hun mooie gebouw. Het wordt steeds sprookjesachtiger, waardoor kinderen uit andere groepjes ook op ideeën komen. In het ene groepje worden eerst plannetjes gesmeed, in het andere pakken de kinderen van allerlei materiaal en komen door gewoon te proberen tot prachtige bouwsels.

Aan het eind van de dag staat er van alles op de plattegrond: de moskee met glimmende toren van Mol, natuurlijk, maar ook een school met alle kleuren van de regenboog. Er is een rijtje huizen in allerlei maten, omdat daar allerlei lege doosjes van rijst, meel en crackers voor zijn gebruikt. Er staat een koekjesfabriek, waarvoor gewoon een lege koekjesdoos is gebruikt, waar een deur en ramen uit zijn geknipt. Op het plein van de regenboog-school staat een ingewikkeld klimtoestel van gekleurde pijpenragers en er is zelfs een spannende dichte glijbaan, want daar kun je zo’n lege keukenrol-koker natuurlijk ook voor gebruiken!

De kinderen zijn nu zó enthousiast aan het werk gegaan, dat de plattegrond bijna te klein is geworden voor alle verzinsels.

In de kring voor het naar huis gaan, praat de juf nog even na over wat er allemaal is gebeurd. Hoe ze heeft gezien hoe moeilijk sommige kinderen de opdracht vonden. Hoe dat soms tranen en soms rare gooi-acties opleverde. Hoe ze heeft gemerkt dat de één een heel plan bedacht en dan aan de slag ging en de ander zonder plan, maar met een heleboel lef óók tot iets moois kwam. En hoe trots ze op de hele groep is, omdat ze uiteindelijk allemaal aan de prachtige fantasie-stad hebben gewerkt. De papa’s, mama’s, opa’s en oma’s die binnenkort komen kijken, zullen vast net zo trots zijn als de juf!
Maar nog het meest trots, dat zijn de kinderen zelf. Met een grote glimlach op het gezicht, gaat iedereen die dag naar huis.

Deze keer geen blog, maar n verhaaltje en tekening voor het nieuwe kinderboek waar ik aan werk: De Mol met de roze bril. Nu eens het plan opgevat om de tekeningen digitaal te maken. Benieuwd wat jullie ervan vinden!


Ontdek meer van Making Things Bearable

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*