Dat kan toch iedereen?
Gewoon een kwast, een beetje verf en doe maar wat. Dan heb ik ook wel een schilderij gemaakt.
Je kent het wel, dat soort uitspraken. Ik snap het ook wel. Sommige schilderijen zien eruit alsof iemand echt ‘maar wat gedaan heeft’. En wie weet is dat soms ook wel zo.
Ik zelf ben na mijn burn-out pas echt gaan schilderen. Aangewakkerd door een schilderijworkshop die we met het team van school hadden gedaan. Daar wilde ik wel eens meer mee. Dat heeft een hele poos in mijn hoofd moeten ‘sudderen’, voordat ik de stap zette. Maar van die stap heb ik absoluut geen spijt!
Ik heb een paar jaar lessen gevolgd en daar heb ik vooral geleerd over technieken. Geleerd door te kijken naar werken van de echte meesters, voor inspiratie en om te zien hoe ze dat nou deden. Ik leerde er voor mijzelf vooral uit, dat vrij schilderen het beste bij mij past. Vrij schilderen, als in: doek, kwasten en verf pakken en gáán. Dus ja, eigenlijk wel zoals ik aan het begin omschreef. Maar toch ook weer niet.
Want al doende ontdekte ik hoe lekker het is als je je zo kunt uiten, maar ook hoe moeilijk het is om jezelf te laten gaan… Hoe geblokkeerd je voor zo’n leeg doek kunt staan. Al die vooroordelen over abstracte schilderijen kwamen wel langs. Het idee van “het moet toch iets voorstellen?” of “Het moet wel inhoud hebben!” was moeilijk loslaten. Ik liet me nog best behoorlijk leiden door wat anderen ervan vonden.
Op een gegeven moment heb ik de lessen opgezegd en ben ik zelf thuis doorgegaan. En heus, lang niet alles is expositie waardig, wat daar toen uit kwam. Toch zijn het juist de schilderijen waarbij ik geen vooropgezet plan had, maar heel intuïtief heb gewerkt, die het meeste spreken.
Jawel, ik heb ook schilderijen gemaakt die iets moesten voorstellen. Dat vond ik dan een uitdaging van een ander soort. Een wolf, een schaap, een mier, een sprinkhaan. En bloemen, die ook, al zijn die meestal niet natuurgetrouw, maar kun je er wel uit opmaken waar de inspiratie vandaan kwam.
De laatste tijd heb ik veel klein werk zitten doen: matroesjka’s beschilderen en oude sigarenkistjes omtoveren tot kleurrijke opbergdoosjes. Er stond een schilderij op de ezel waar ik met hele lange tussenpozen steeds een stukje aan werkte, maar het dan niet meer wist. Geen idee ook of dat een blijvertje wordt, maar dat zien we dan wel weer.
Ik moest weer denken aan wat een goede vriendin van mij in het begin van mijn schilderen een keer tegen mij zei: jij moet groter gaan werken! Ik snapte toen niet meteen wat daar het nut dan van was. Toch ben ik op een gegeven moment steeds grotere doeken gaan kopen. En schilderen. “Groot oppervlak, grote kwast”, ik wist het nog uit de schilderlessen. Dus dat deed ik ook. Er ontstonden schilderijen die niet “iets” voorstelden, maar waar wel heel veel emotie in zat. Al dan niet zichtbaar, voor mij was het vooral voelbaar. Ik weet nu dat dat uiteindelijk het belangrijkste was. Is. Want het werkt nog steeds zo.
Als ik, zoals ik al zei, mezelf erop betrap dat ik heel pietepeuterig aan het werken ben, dan is dat niet fout of zo, maar het betekent wel iets. Vooral als ik daar niet uit lijk te komen. Niet mee ophoud. Begrijp me niet verkeerd: die kleine houten cadeautjes maken vind ik echt heerlijk om te doen. Fijn om op te kunnen focussen en zo te ontspannen.
Maar er komt toch steeds weer een moment dat ik behoefte heb aan ‘grote gebaren’. Dan hoor ik in gedachten mijn vriendin dat weer zeggen en nu begrijp ik ook wat ze ermee bedoelde.
Ik heb het vandaag ook weer gedaan. Ik kon de afgelopen week mijn draai niet vinden. Er staan nu nog allemaal half afgeschilderde doosjes op mijn bureau. Dat was het enige waar ik me toe kon zetten. Terwijl het dus voorjaarsvakantie was en ik had gehoopt op zoveel gevoel van vrijheid dat ik weer lekker zou schilderen. Blijkbaar had ik daar wat langer voor nodig. Vandaag dus. Of eigenlijk gisteravond. (Ik schrijf dit op maandagavond.)
Ik was gisteren bij die vriendin geweest en ook al hadden we het daar niet over gehad, ik denk dat we elkaar daarin gewoon hebben aangevoeld. Ik heb voor het slapen een flink doek (80 x 80 cm) gepakt (ik heb ooit wat afgedankte fotocanvassen gekregen, heel handig) en heb het in de gesso gezet, met de bedoeling om er vandaag iets op te knallen.
Nou, je wil niet weten wat ik voelde toen ik de kleuren met grote streken erop zette! Het was “niet denken, maar doen” en gáán. Alle gevoel via mijn arm, door de kwast, op het doek. Dus. En dat werd het schilderij wat hierbij afgebeeld staat. Ik bracht de verf rechtstreeks uit de potjes aan en streek het daarna uit met de kwast. Waar het terechtkwam, was waar het bedoeld was, zo voelde het. Niet uitgemikt. Ik heb spatels met reliëf eroverheen getrokken. Het is al drie keer een kwartslag gedraaid en ik heb er ook verf overheen gegoten i.p.v. geschilderd. Of het nu helemaal klaar is, dat weet ik nog niet, maar voor mij heeft het al heel goed gewerkt. Je zou het in het echt moeten zien om het goud wat erop zit te zien glimmen.
Ik wil hiermee vooral zeggen dat “gewoon gáán” inderdaad de manier is om de meest spontane kunst te krijgen. Maar ook dat zodra je je dúrft te laten gaan, er vaak een flinke stap gezet is. Rem eraf. Vooroordelen uit. Al je gevoel in je kwast. Of wat dan ook. En dat je dan trots mag zijn op die stap. Dat je je hebt durven laten gaan. De blokkade hebt opgeheven. Je (be)vrij(d) voelt. Waarvan akte.
Ontdek meer van Making Things Bearable
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie