Help
Dat dacht ik vandaag, omdat ik niet wist waarover ik nu eens zou schrijven.
Totdat ik bedacht dat het schrijven geen moeten hoefde te zijn. Ik had vorig jaar de uitdaging van mijzelf aangenomen om een jaar lang wekelijks te bloggen. Dat is gelukt en ik heb volgens mij heel wat diverse onderwerpen aangesneden.
Ik kies deze keer voor een Mol-verhaaltje. Dat deed ik één keer eerder, toen ging het over knutselen. Ik probeer namelijk tussen alles door verhaaltjes te schrijven waarin een mol met een roze bril de hoofdrol speelt. Het is een kind en hij zit op school. Daar en daar omheen beleeft hij van alles wat hij dan weer op zijn geheel eigen wijze beschouwt. Het kan zomaar voorkomen dat hij daardoor anderen weer een heel stuk op weg helpt…
—
Wat een heerlijke dag vandaag, denkt Mol, terwijl hij zijn kop boven de grond uitsteekt. Zonnetje, bijna geen wolkje aan de lucht. Koud, maar droog, daar houdt Mol wel van.
Zijn huis is ónder de grond, waar het donker is, zodat het licht niet zo’n pijn doet aan zijn mollenogen. Maar met zijn roze bril op, kan Mol ook prima bovengronds zijn.
Toch duikt hij nu nog weer even onder. Omdat hij zijn moeder had beloofd om die ene gang weer open te graven. De gang die afgelopen herfst door een omgevallen boom bijna helemaal was ingestort. De mensen hebben de boom inmiddels verplaatst, dus nu kan de gang gerepareerd worden. Mol besluit om dit klusje maar snel te klaren, zodat hij naar boven kan om van de zon te genieten.
Hè, hè, eindelijk. Mol steekt zijn kop weer boven de grond uit, nu een eindje verderop. Vlakbij het water. Daar wonen Otter en Bever en dat zijn vriendjes van school. Mol heeft wel zin om die even op te zoeken. In de verte hoort hij ze al. Maar wat zijn ze aan het doen? Het lijkt wel of ze ruzie hebben! “Jij blokkeert alle zwemroutes met die stomme dam van jou!” hoort hij Otter roepen. “Maar waar moet mijn familie dan wonen? Nou?” geeft Bever terug. “Jij denkt ook alleen maar aan jezelf!” Als Mol dichterbij komt, ziet hij twee verhitte koppies tegenover elkaar staan. Otter heeft een dikke tak uit de dam getrokken die Bever net aan het bouwen was. Steeds luider gaan hun stemmen: “Ik denk niet alleen aan mijzelf, het gaat om mijn hele familie!” “Maar ik heb óók een hele familie, gaan jullie maar ergens anders zwemmen!”
Nou nou, denkt Mol en houdt voor de zekerheid maar even afstand. Hij wil die dikke tak niet op zijn kop krijgen. Hij zet zijn roze bril even goed recht op zijn neus en kijkt naar wat er gebeurt.
Hij ziet niet alleen de ruzie, maar ook de twee dieren die eigenlijk hetzelfde willen: een veilige plek om te leven.
Dan krijgt Mol een goed idee. Hij loopt op Otter en Bever af en begint te praten. “Wat als jullie nou samenwerken?” stelt hij voor. “Je kunt ook een dam bouwen met een tunnel er onder. Daar kan Otter met zijn familie doorheen zwemmen. Jullie hebben dan allebei wat je graag wilt.” Otter en Bever kijken Mol verbaasd aan. Daar hadden ze niet aan gedacht. Ze zijn er stil van. “Dat is best een slim idee”, zegt Otter na een tijdje. Bever knikt. “Dit kunnen we ook samen bouwen!”
De ruzie is over en Otter en Bever gaan samen aan de slag. Mol laat ze maar even hun gang gaan, zulke ijverige bouwers moet je niet storen!
Als Mol om het water heen loopt, hoort hij iemand snikken. Wie is dat? Ach, daar zit Eekhoorn, helemaal verdrietig op de grond. “Ik ben zo dom,” huilt ze. “Ik weet niet meer waar ik mijn noten heb verstopt.” Oh nee, haar hele wintervoorraad is verdwenen! Ja, denkt Mol, dat is wel iets om verdrietig van te worden. Maar dom… nee, Eekhoorn is echt niet dom! Mol gaat naast haar zitten en kijkt eens rustig om zich heen.
“Je bent niet dom, Eekhoorn,” zegt hij kalm. “Iedereen vergeet wel eens iets. Misschien kunnen we het samen vinden.” Doordat Mol zo rustig naast haar is komen zitten, houdt het snikken van Eekhoorn op. “Wat lief dat je me wilt helpen. Maar ik weet echt niet waar ik moet beginnen met zoeken.” Mol heeft wel een idee. “Laten we beginnen bij de grote eik, daar zie ik je vaak rondscharrelen”, zegt hij. Zo gezegd, zo gedaan.
Samen zoeken ze overal waar Eekhoorn vaker komt. Ze vinden een heel groot deel van de noten terug. De tranen van Eekhoorn zijn ondertussen opgedroogd en ze geeft Mol een dikke knuffel. “Zonder jou was het me nooit gelukt’, zucht ze blij. “Ach,” zegt Mol, “ik help graag hoor.”
Mol merkt dat niet alleen Eekhoorn hier een goed gevoel van heeft gekregen, maar hijzelf ook.
Met een grote glimlach op zijn gezicht wandelt hij weer langs de plek waar eerder Otter en Bever aan het ruziën waren. Daar staat nu een mooie grote dam, mét een tunnel er onderdoor. Die twee waterdieren hebben dat maar mooi voor elkaar gekregen. Er klinkt gespetter en gelach. Mol ziet dat ze lekker in het water aan het spelen zijn. Daar hebben ze nu tijd voor, want samen is het bouwen veel sneller gegaan dan wanneer Bever het alleen had moeten doen.
Mol voelt zich trots. Zijn idee heeft geholpen en Otter en Bever zijn weer de beste maatjes. Samenwerken is handig en nog leuk ook, dat hebben Bever, Otter én Mol hiervan geleerd.
Bovenin de grote eik klapt Eekhoorn in haar handjes. Applaus voor Mol. Die hoort het niet, maar dat maakt Eekhoorn niets uit. Ze is gewoon blij voor iedereen vandaag.
—
Met dank aan Orinda, die mij het onderwerp voor dit verhaaltje heeft getipt.
Afbeelding: de laatste nieuwe matroesjka set die ik beschilderde: een familie otters.
Ontdek meer van Making Things Bearable
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie