Invulhoofd

Invulhoofd

Ik weet het zo goed: N.I.V.E.A., Niet Invullen Voor Een Ander. En toch, trapt mijn invulhoofd er nog regelmatig in.
Ik stel iemand een vraag via WhatsApp en ik krijg geen antwoord… die zal mijn vraag wel stom vinden.
Ik ga stoppen met lesgeven na de zomervakantie… ze vinden mijn vak vast niet belangrijk genoeg om er zelf mee verder te gaan.
Ik deel met iemand een afbeelding van een schilderij dat ik maakte en ik hoor niks terug… het wordt vast niet mooi gevonden en dat durft diegene niet te zeggen.
Iemand besluit om minder vaak contact te hebben… de vriendschap is vast afgelopen.
In de loop van mijn coaching leerde ik uiteraard dat dat invullen meestal totaal niet helpend is. Dat het vaak gedachten zijn die je helemaal niet wilt hebben. Maar ze komen toch…

Er bestaan allerlei technieken om miscommunicatie te voorkomen. NIVEA is er daar eentje van. Anderen zijn ANNA (altijd navragen, nooit aannemen), OMA (oordelen, meningen, aannames achterwege laten) en LSD (luisteren, samenvatten, doorvragen).
Allemaal mooi. Maar wat ik mij dan afvraag is: waar komt dan die neiging om in te vullen voor een ander toch vandaan? Het levert alleen maar miscommunicatie op, dus waarom doen we dat dan?

Heeft te maken met oordelen, denk ik. Weet ik wel zeker. Oordelen is voor een mens iets heel effectiefs. Er gebeurt zoveel om ons heen dat het fijn is om alles wat we waarnemen in hokjes te plaatsen. Dit maakt dat we de miljoenen prikkels die we krijgen begrijpbaar kunnen maken. We oordelen om structuur aan te brengen én om antwoord te krijgen op de vraag ‘waarom?’ Beetje jammer alleen, dat dat oordelen vaak doorslaat in veroordelen, want dan is het opeens niet meer zo positief.

Voor wat mijzelf betreft, denk ik dat ook ervaringen uit het verleden sturend zijn in de manier waarop ik kan reageren op anderen. “Het ging altijd zo, dus dan zal ook nu wel…”, bijvoorbeeld. Een laag zelfbeeld helpt ook niet. Nou is dat zelfbeeld van mij echt niet zo laag (meer) hoor. Maar wat in je systeem zit, gaat daar ook niet zo 1-2-3 weer uit.

Ik heb jarenlang steeds maar het gevoel gehad mijn vak te moeten verdedigen, bijvoorbeeld. Op de middelbare school kreeg ik al eens de reactie: “oh, dus jij gaat niet studeren?” toen ik aangaf dat ik naar het conservatorium ging. Binnen de opleiding schoolmuziek en het werk daarna leek het ook altijd zo te zijn dat je het vak inhoudelijk moest toelichten om het een belangrijke plaats te laten krijgen/behouden.
Als ik professor Erik Scherder hoor over het belang van muziek in het onderwijs, dan denk ik wel eens: ja, u heeft gelijk, zo werkt dat. Maar waarom moet dat telkens weer onder de aandacht gebracht worden? We weten dat toch onderhand wel?

Nou, blijkbaar niet. Zie de politiek. Meer dan die drie woorden besteed ik daar niet aan, toch weet iedereen wat ik bedoel.

Ik ben geabonneerd op de nieuwsbrief van Merlijn Twaalfhoven: Tegentijd. Afgelopen donderdag las ik daar een erg mooie tekst, die ik wel graag even wil delen. Lees hier, als je wilt. Wat mij daarvan vooral is bijgebleven, gaat over ‘samen in verscheidenheid’. En ook de metafoor van meerstemmigheid: In muziek komen verschillende klanken en contrasterende stemmen samen. Zij vechten er niet om de luidste te zijn of om het het langste vol te houden. Nee, ze vullen elkaar aan. Op bepaalde momenten versmelten ze tot een geheel, maar op andere momenten laten ze juist hun eigenheid horen. 

Cruciaal bij deze meerstemmige harmonie is natuurlijk dat er naar elkaar geluisterd wordt. Zonder oordeel. Kunnen we allemaal van leren. En het is natuurlijk ook wat je kinderen meegeeft als ze muziekles hebben op de basisschool: je mag allemaal anders zijn, maar luister naar elkaar en maak zo de mooiste muziek.

Het is voor zóveel mensen zó moeilijk om iemand te laten praten zonder direct met meningen of oplossingen te komen. En ook al ben ik mij daar zelf heel erg van bewust, toch gaat mijn hoofd vaak direct aan de haal met wat ik hoor of lees. Kunst is nu, om dat positief te houden. Meningen hebben we allemaal, het gaat erom wat je ermee doet. Hoe je ze al dan niet bepalend laat zijn voor je gedachten en daden.

Neemt mijn hoofd een loopje met mij, omdat ik invul ‘wat vast wel de bedoeling was’, dan is de beste remedie om navraag te doen of het wel klopt wat ik denk. Iemand even te laten uitleggen waarom een bepaalde uitspraak is gedaan.
Zo leerde ik dat een vriendschap helemaal niet afgelopen was, maar er gewoon minder behoefte was aan wekelijks contact.
Zo kwam ik er vanmorgen achter dat degene die niet reageerde op mijn vraag, zelf moeilijk nieuws had gekregen wat haar hele aandacht had opgeslokt.
Het gebeurt ook dat ik op latere momenten hoor dat iemand mijn afbeelding wel heeft gezien, maar vergeten is om erop te reageren. Omdat het op dat moment niet uitkwam of dat diegene eigenlijk uitgebreider wilde zijn, maar door andere bezigheden werd afgeleid.
En over die invulling van mijn vak na mijn pensionering… dat lijkt toch veel positiever uit te pakken dan ik eigenlijk dacht…

Ik heb een paar erg onhandige muppets in mijn hoofd, die net als die twee mannetjes op dat balkon, overal op reageren. Geleid door vooroordelen en eerdere ervaringen. Het proces om te leren die te omzeilen, is nog steeds gaande. Zal ook gaande blijven, weet ik wel. En dat is goed. Van ‘onbewust onbekwaam’ ben ik al bij ‘bewust onbekwaam’. En soms zelfs al ‘bewust bekwaam’. Vooral die laatste momenten koester ik. Dan weet ik dat ik goed bezig ben. Bemerken dat je vooruit gaat, is iets om trots op te zijn.

Afbeelding: SHOUT – louder than my feelings, acryl op canvas, 80 x 80 cm. Omdat die muppets toch nog net iets te vaak harder roepen dan ik eigenlijk zou willen.


Ontdek meer van Making Things Bearable

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*