Trigger
Ik ben geabonneerd op het kunstenaarsmagazine Atelier. Een fijn blad voor veel inspiratie. Ik houd ervan om er eerst doorheen te bladeren en te lezen waar mijn oog op valt. Vaak zijn dat de columns. Zo schrijft Marjon den Engelsman er ook altijd eentje. Bij haar volgde ik een tijd geleden een workshop, waarin ik een eigen oceandrum maakte en beschilderde. Die workshop was in Zwijndrecht, waar ik geboren en getogen ben. Het was bijzonder om daar op deze manier weer eens terug te zijn.
De column van Marjon in het nieuwste nummer van Atelier bleek voor mij een flinke trigger. Het thema van het blad is deze keer ‘Perspectief’, in de breedste zin van het woord. Marjon schrijft dan ook over een tekenopdracht voor onderbouw middelbare school, waarin met perspectief gewerkt wordt. Leerlingen moeten fantaseren dat ze aan n parachute hangen en via hun eigen bungelende benen en schoenen naar het landschap beneden kijken. Ze schreef veel meer, maar ik bleef in eerste instantie aan die opdracht hangen: dat was precies wat ik zelf had moeten doen in de brugklas op mijn middelbare school! Daarbij: Marjon heeft het over een scholengemeenschap waar zij heeft gewerkt; het zou toch niet….?
Afijn, ik was direct helemaal terug in de tijd. Het is de enige tekenopdracht die ik mij zo levendig kan herinneren. Ik weet ook wel waardoor dat komt: bij de beoordeling kreeg ik een dikke onvoldoende. Mijn tekening aan de hele klas showend, zei de leraar: ” Kijk, dit kan mijn kind van 3 jaar ook!” Letterlijk. Het gevoel dat ik daarbij kreeg, kwam even weer helemaal terug. Ik kon blijkbaar niet tekenen.
Nou staat die leraar mij bij als iemand die alleen oog had voor de talenten in de klas. Of het zo was, weet ik niet, maar voor mijn gevoel lachte hij mij, met hun samen, gewoon uit.
Ik was al een behoorlijk onzekere brugpieper. Dus daar ging het laatste restje zelfvertrouwen. Down the drain. Dat gevoel van niet kunnen tekenen heeft jarenlang mijn liefde ervoor verdrongen. Ik wilde nooit meer zo voor schut gezet worden.
Als ik dit verhaal wel eens vertel aan leerkrachten/leraren van nu, is de reactie vaak: “wauw, daar zou je tegenwoordig als leraar niet mee weg kunnen komen!” En dat klopt ook wel, denk ik. Er is gelukkig meer aandacht voor de toon die de muziek maakt. Leraren zijn zich meer bewust van wat hun invloed op de leerlingen kan zijn. Toen mijn zus later ook op die school kwam, was zijn opmerking: “nee hè, niet weer zo eentje van De Wolf!” Ik kan me er nu nog over verbazen dat we daar toen geen klacht over hebben ingediend. Maar zo ging het blijkbaar in die tijd. Vandaag de dag zijn leerlingen en ouders een stuk mondiger. Overigens weet ik nu dat opmerkingen zoals deze meer zeggen over de zender dan de ontvanger…
Ik praat vaak over onderwijszaken met mijn oudste dochter. Zij is zelf groepsleerkracht. Zij reageerde hierop met: “het komt echt wel voor dat je als leerkracht zoiets denkt ja, dat is nou eenmaal menselijk. Maar hardop zeggen… nee. En al helemaal niet een leerling zo voor schut zetten voor de hele groep!”
Nou, dat dus. Dit hele voorval heeft er bij mij in elk geval extra voor gezorgd, dat ik mij altijd bewust ben geweest van wat je als leraar bij leerlingen teweeg kunt brengen. Ik heb natuurlijk ook regelmatig zo mijn voorkeuren gehad. Ik zou niet menselijk zijn, als dat niet zo was. Maar ik zou ook geen goede muziekjuf zijn geweest, als ik vanuit die voorkeuren was gaan werken. Het is altijd mijn doel geweest om leerlingen het gevoel te geven dat ze er allemaal bij hoorden. Lesgeven is, vind ik, meer dan alleen goed zijn in je vak. Als jij je leerlingen kunt laten zien en voelen dat iedereen geaccepteerd wordt, geef je hen de meest waardevolle ervaring mee die ik maar kan bedenken.
Toen ik, inmiddels al best wat jaartjes geleden, schilderde bij Evelien Kooloos, vond ik haar sterkste eigenschap dat zij echt altijd in elk werk iets positiefs wist te benoemen. Zelfs als je dacht dat je er niets van had gebakken, zag zij een mooi detail, benoemde dat en vijzelde zo je zelfvertrouwen weer op. We maakten aan het einde van een lesochtend altijd een rondje langs de werken van de hele groep en nooit was er vergelijking in de zin van: die is goed en deze deugt niet. Het ging steeds op een manier waardoor je van elkaar kon leren en iedereen zich gezien voelde. Ik heb dat altijd erg gewaardeerd.
De beschrijving van die opdracht was voor mij dan een enorme trigger; Marjon zelf is zonder twijfel een heel andere docent geweest.
Verderop in de column schrijft ze: “De kunst blijft om het vooral op een eigen manier te doen, in een eigen handschrift. Net echt of juist niet. Omdat je met kunst lekker voorbij elk dogma je eigen standpunt mag kiezen.”
Kijk, en dát is nou een perspectief waar ik blij van word! Zie mijn Paradijsvogelplein. Een prentenboek waarin het kind in mij helemaal los mocht. En het is móói geworden!
Ik nam contact op met Marjon en vertelde over mijn ervaring en hoe dat van invloed is geweest op hoe ik zelf als leraar wilde zijn. Toen was haar positieve antwoord: “Zo heeft het zelfs iets goeds opgeleverd, al was het voor jou niet fijn.”
Overigens bleek het inderdaad om dezelfde scholengemeenschap te gaan en had zij gewerkt onder diezelfde leraar, die hoofddocent tekenen was. Toeval bestaat niet…
In de workshop die ik in 2024 bij Marjon volgde, waar ik die oceandrum maakte, voelde ik veel vrijheid. Het maken van het instrument vroeg om duidelijke aanwijzingen en die kregen we ook. Het samenstellen van de inhoud, waardoor het echt een oceandrum werd, was heel persoonlijk. Luisteren naar verschillende zaden die erin konden, zelf een mengsel maken tot je tevreden was. Ik herinner me de emoties die dat opriep. En het gevoel dat die emoties er gewoon mochten zijn. Er zit dus ook een mengsel van zaden in mijn eigen drum, wat mij echt kan raken. Uiteindelijk gingen we onze drums beschilderen en ja, er waren voorbeelden waar je mee mocht werken, maar je kon ook je hele eigen gang gaan. Dat deed ik en dus staat er nu een mooie, uit de hand geschilderde paradijsvogel op.
Die manier van kijken, zoals ik hierboven citeer, was in die workshop ook voelbaar. Je kreeg veel ruimte om het op jouw eigen manier te doen. Er waren daar mensen die Marjon al kende, uit eerdere workshops of lessen. Maar nergens had ik het gevoel dat ik een buitenstaander was of er niet bij hoorde. Dankbaar voor zo’n mooie ervaring. Ook dat was een inspiratie die ik meenam in mijn eigen lesgeven.
Afbeelding: mijn oceandrum met paradijsvogel. Hij hangt nog steeds trots aan de muur in de woonkamer. In dit instrument komen twee van mijn grote liefdes samen: muziek en schilderen.
Ontdek meer van Making Things Bearable
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
