Voorlezen

Gisteren was ik te gast als kinderboekenschrijfster. Op de basisschool in Zwijndrecht waar ik indirect zelf ook op heb gezeten. Indirect, omdat de school toen nog anders heette.
Mijn lagereschooltijd heb ik doorgebracht op de Sint Jozefschool aan de Emmastraat in Zwijndrecht. Tenminste, vanaf Pasen in de eerste klas. Want toen besloten mijn ouders dat ik beter paste in een kleinere klas dan eentje met 40 kinderen… Goede beslissing.
De minister Calsschool, waar ik in de eerste klas was gestart, blijkt allang niet meer te bestaan. De Sint Jozefschool werd Toermalijn en kreeg destijds een nieuw gebouw aan de Emmastraat.
Toen ik gisteren even een rondje ging lopen in mijn oude buurtje, was de herkenning alleen nog de lange oprit naar de school, met de bomen aan weerszijden.
De Toermalijn blijkt een samenvoeging van de Jozefschool en de Schaepskooi en die krijgt ook een nieuw gebouw. Op de plek waar de Schaepskooi stond. Daarom zitten ze nu in een noodgebouw aan de Annapaulownastraat. En dat is dus om de hoek van de Lindelaan, waar ik als kind heb gewoond.
Tijdens mijn rondje lopen zag ik hoeveel er veranderd was en toch ook weer niet. Er waren huizen vervangen door nieuwe. Er zaten bedrijven die ik nog niet kende. Maar er stond ook veel bekends, met soms alleen een andere invulling. Zo is het Julia-schippersinternaat verhuisd, maar heeft het oude gebouw nog wel de naam en dezelfde buitenkant gehouden. Het is nu een huis voor mensen die door een handicap, chronische ziekte, of een andere beperking zorg of ondersteuning nodig hebben. Ik ben niet gaan kijken, maar ik weet nog dat het speelplein van het internaat grensde aan dat van de school.
De kerk staat er nog en eenmaal de Emmastraat in, zag ik nog veel bekende huizen. De gelige woningen die begin jaren 80 daar werden gebouwd, staan er nog. Ik herinner me dat ze gebouwd werden. Het Sparretje was er nog, tenminste, het huis waar dat in zat. Toentertijd was dat een propvol kruidenierszaakje waar je, als je een boodschap voor je moeder deed, een snoepje uit het teiltje mocht kiezen. Je ging maar wat graag… Later is er ook wel zakgeld opgegaan aan de lekkere lollies die ze daar verkochten 😉
Toen ik de afspraak maakte met de Toermalijn, werd gezegd dat ze tijdelijk in de Annapaulownastraat zitten. Ik ging op weg met het beeld voor ogen wat ik had van die straat: daar stond de Jan Ligthartschool, met dat grote schoolplein ervoor. Daar zouden ze vast zitten. Nou nee. Die is blijkbaar allang afgebroken. De Toermalijn zat aan de overkant, in noodgebouwen.
Grappig dat in zo’n noodgebouw juist weer heel andere herinneringen bovenkwamen: mijn middelbareschooltijd bracht ik door in noodgebouwen en het gevoel van die vloeren… dat was precies zo!
Als ik dit nu zo allemaal opschrijf, denk ik, poeh, ik lijk wel oud! Zo voel ik me totaal niet, haha. Maar toch, hardop gezegd, is die lagere schooltijd gewoon dik 55 jaar geleden…
En nu ging ik erheen met mijn eigen kinderboek. Een heel ander gevoel. Echt héél anders. Nu was ik niet meer dat gepeste kind, maar de kinderboekenschrijfster. De kinderen hingen aan mijn lippen. Ik las voor in de groepen 1 t/m 5 en vooral in 5 stelden ze echt mooie vragen. “Hoe heb je dit boek bedacht?” bijvoorbeeld. En als ik dan zei dat het puur uit mijn fantasie gekomen is, was het: “Maar hoe komt dat dan in je fantasie, die vogels?” Wat een filosofische vraag eigenlijk…
Mijn voorlezen eindigt altijd met de opdracht die achterin het boek staat: bedenk zelf nieuwe bewoners voor het Paradijsvogelplein. Oftewel: teken je eigen paradijsvogel(s). Dan krijg je meteen reacties als: dat kan ik niet! Ik kan niet tekenen! Ik geef dan aan dat bij een zelf getekende paradijsvogel alles goed is. Het is immers jouw vogel. En jij bent wie jij bent.
Als je vertelt dat de kinderen in de klas eigenlijk allemaal paradijsvogels zijn, die hun eigen klas kleuren, reageren ze eerst meestal lacherig. Maar even doorpraten over welkom zijn, over nieuw ergens komen wonen en dat dan je buren zeggen: welkom, maak van jouw huis je thuis! Dat spreekt wel aan en dan snappen ze meteen wat er bedoeld wordt.
Dat niet kunnen tekenen… soms zeg ik ook wel: “dat dacht ik vroeger zelf ook”. Ik vermoei ze niet met de uitspraak van die ongelofelijk ontactische tekenleraar uit de brugklas. Maar ik vertel dat door veel te tekenen, je altijd beter wordt. En dat iedereen een eigen stijl heeft. Dat ik ook nog regelmatig denk: “poeh, diegene tekent pas mooi, dat kan ik niet!” Maar dat ik dan bedenk dat ik ook niet diegene ben. Ik ben mijzelf en ik teken als mijzelf. Er was gisteren een meisje waarbij ik denk dat de boodschap wel aankwam en dat ze wellicht toch weer is gaan tekenen…
Ik kijk nu uit naar de tekeningen van alle kinderen. Zodat ik met hun kunstwerkjes een filmpje kan maken. HUN Paradijsvogelplein. Waar iedereen erbij hoort.
Zo’n bezoek als dat van gisteren lijkt op dat wat ik wel eens vaker aan een school breng. En toch was het heel anders. Het was in de omgeving waar ik ben opgegroeid. Waar ik veel heb meegemaakt. Veel gepest ben en veel gezocht heb naar mijn eigen weg. Mijn identiteit.
Waarvan ik in eerste instantie dacht dat ik die kon vinden door precies te doen wat anderen mij zeiden. Mij aan te passen.
Ik heb er nu veel zelfverzekerder rondgelopen. Ik was, ik ben mijzelf en dat is goed.
De strenge regels van vroeger zag ik nu als herinnering en minder als ballast. Al weet ik ook dat ik er enorm door gevormd ben. Het zijn diepe lagen, die dan geraakt worden. Die nog steeds invloed hebben.
Het was natuurlijk promotie van mijn boek, maar ook een stuk zelferkenning, dit bezoek aan mijn geboorteplaats. Ik kom er vandaan en ben mijn eigen weg gegaan. Kijk dan waar ik nu sta!
Afbeelding: een illustratie uit Paradijsvogelplein waar vaak het meest om gelachen wordt: de zeven stapelzotte zussen. Als je tekent, kan alles…
Ontdek meer van Making Things Bearable
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

0 reacties op “Voorlezen”