Wensen

Wensen

Bestaat er zoiets als ‘gewenst publiek’?

Iemand schreef n stukje over het tv programma Maestro. Als reactie op weer iemand anders die dat helemaal niks vindt. 
Hij stelde dat het meer publiek naar klassieke muziek zou trekken. Maar vroeg zich tegelijk af, of dat dan wel het gewenste publiek was…

Ik keek deze eerste januari weer naar het nieuwjaarsconcert uit Wenen. Ik vind die muziek mooi, de entourage en het ballet. Dit jaar schudde dirigent Yannick Nézet-Séguin de gevestigde orde daar eens lekker wat op. Hij koos enkele minder bekende muziekstukken en ook een paar van vrouwelijke componisten. Bij de Radetzky mars dirigeerde hij het publiek, terwijl hij daar tussen liep. Maar vooral: hij genoot zichtbaar van waar hij mee bezig was. Wat hij aan plezier uitstraalde was zo authentiek, dat iedereen er energie van kreeg.

Wat is dat toch met dat voetstuk van klassieke muziek? 

Ik blijf nog even bij die bevlogen Canadese dirigent. Hij zegt over tradities: die gaan niet over het verleden, maar over hoe je die levend houdt in het nu. Wat een prachtige uitspraak.
Dat was ook precies de reden waarom hij ervoor koos om een balans te zoeken tussen de bekende stukken en muziek van minder bekende componisten uit de periode rondom Strauss. Hij vertelt ook over hoe hij de musici heeft gestimuleerd om juist naar de oude bekende stukken te kijken alsof ze nieuw waren. Met een frisse blik. Ik zou je willen aanraden om te bekijken wat hij erover zegt op YouTube.

In Wenen is het overigens best een elite aangelegenheid hoor, dat concert. Kaarten zijn enorm duur en er wordt geloot. Alleen speciale gasten (lees: celebrities en andere hotemetoten) krijgen een uitnodiging. Toch gaat er iets van uit. En al helemaal met zo’n dirigent als dit jaar.

Gewenst publiek. Waar gáát dat over? Bestaat dat? Ja, op het moment dat je iets organiseert voor een bepaalde doelgroep en die komt ook daadwerkelijk, dan heb jij je gewenste publiek.  Degene die het daarover had in de post op LinkedIn die ik erover las, bedoelde iets anders: publiek dat goed opgevoed is in de klassieke muziek tradities. Niet klappen tussen delen door, bijvoorbeeld. En vooral stil zijn, niet hoesten tijdens zachte passages in de muziek… joh, weet je hoe vaak ik met een rood hoofd, bijtend op mijn tong in een concertzaal heb gezeten, omdat ik die zachte muziek niet wilde verstoren, maar een kriebelhoest daar anders over dacht?

Ik heb de afgelopen paar dagen hierover lopen nadenken en bedacht toen: als je een concert geeft voor echt iedereen, dan kun je misschien wel zo’n ‘aanjager’ voor het publiek zetten. Die zie je ook bij tv-opnames van spelshows, bijvoorbeeld. Maar dan mag die nu precies aangeven wanneer wel en niet geapplaudisseerd kan worden. Want ja, ik weet best dat het de musici uit hun concentratie haalt, als applaus op het verkeerde moment komt. Verkeerd publiek bestaat niet, je kunt het ze gewoon leren.

Terug naar dirigent Yannick. Hij deed me ook een beetje denken aan de Mozart uit de film Amadeus. Daar wordt het wonderkind Mozart neergezet als iemand met enorm veel humor en passie. Lekker tegen de gevestigde orde in. Niet dat meneer Nézet dat nou helemaal van plan was. Maar hij liet wel zien, dat traditie ook kan voortbestaan als je meegaat met je tijd. En dat jezelf zijn, ook bij dirigenten werkt.

In de tijd dat ik zelf het Studieorkest van de Koninklijke Amersfoortse Muziekvereniging dirigeerde, heb ik veel geleerd over wat een dirigent kan teweegbrengen.
Er was een keer een repetitie waarin een jongen (jaar of 9 was-ie) tegen zijn buur-klarinettist zei: “moet je kijken, als het boos moet klinken, dan KIJKT zij ook boos!” Ik ving dat op en beschouwde het als een compliment.
Ergens in die jaren had ik een behoorlijk grote groep spelers zitten en we konden er heel veel mee. Toen zijn we, op aandringen vanuit de club, naar een concours gegaan. Ik heb bij muziek eigenlijk helemaal niets met concoursen, want ik vind het geen wedstrijd, muziek maken. Maar goed, we gingen. We kregen uiteindelijk ‘de aanmoedigingsprijs’. Omdat wij het orkest waren waar het meeste plezier van afspatte. De andere prijzen gingen naar orkesten die al jaren meededen. Die ook ervaren spelers in hun gelederen hadden, om de jeugd te ondersteunen. Op dat moment voelde ik me daar niet zo goed bij. Ik had echt het gevoel dat ik niet kon tippen aan al die geschoolde dirigenten met hun bakken aan ervaring. Maar nu ik eraan terugdenk: dat wij werden genoemd om ons enthousiasme, was eigenlijk het grootste compliment wat ik kon krijgen! Dát is wat ik als doel zie van muziek maken met leerlingen: enthousiasme kweken.

En Maestro? Wat ik daarvan vind? Ik kijk er graag naar. Niet om te kunnen lachen om het gestuntel van BN-ers die er niks van bakken. Die mogen van mij vlug afvallen. Ik kijk wel om te genieten van degenen die onverwacht grote muzikaliteit laten zien. Ook om te zien hoe de coaches de kandidaten het een en ander aanleren. En om te zien met hoeveel plezier de musici in het orkest proberen te vertalen wat degene op de bok uitvoert. Want hoe moeilijk is dat, als je de muziek eigenlijk van haver tot gort kent…
Diezelfde persoon als ik aan het begin noemde, had het erover dat er bij Maestro ‘geen echt orkest’ zit. Nee, het is geen orkest wat al bestaat en naam heeft. Maar zodra je een gemotiveerde groep mensen bij elkaar zet en muziek laat maken, is het voor mij toch echt een ECHT orkest!

Ik snap soms niet helemaal hoe de jury tot hun punten komt, maar het wedstrijdelement is in dit geval wel te verdedigen: er zijn criteria waaraan de kandidaten moeten voldoen, en die kun je beoordelen. Als amateurdirigent vind ik het dan ook nog interessant om te zien wat je gebaren, je houding, je uitstraling met een orkest doen. Voor mij is dat nog steeds leerzaam. Wat zou het gaaf zijn om ook eens keer een symfonieorkest te dirigeren…. droom, droom….

Om te eindigen met de titel van deze blog: op deze plek wil ik iedereen die dit leest, een inspirerend 2026 wensen. Een jaar met mooie muziek en met stilte waar dat nodig is. Stilte om te luisteren naar elkaar. Want pas als je echt luistert naar de ander, kun je samen muziek maken…

En oh, dat deed dirigent Yannick ook, luisteren. Hij liet de orkestleden ideeën aandragen voor muziekstukken.

Als afbeelding koos ik het plaatje wat ik tekende bij het beroep van dirigent. In het boekje Panda en Beer proberen beroepen. Een boekje met een zeer beperkte oplage, omdat ik er teksten in mocht gebruiken uit liedjes van Jeroen Schipper. Het was mijn allereerste Panda en Beer boekje en je kunt zien, dat ik later qua tekenstijl enorm gegroeid ben. Toch ben ik er trots op. Het beginnen aan dit boekje was de start van een traject waar ik nu nog steeds in groei. Het traject van (kinderboeken)schrijver.


Ontdek meer van Making Things Bearable

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*