FEESTBEEST

FEESTBEEST

Ik ben geen feestbeest. Nooit geweest. Nee hoor. Mij zag je zelden op een schoolfeest. Zelfs liever niet in een pretpark. Al die drukte, ik begreep nooit wat daar nou leuk aan was.
Ik heb een tijd gedacht dat ik bang was om op te vallen, bang om voor gek te staan en dat ik daarom niet durfde. Tegenwoordig denk ik: het past gewoon niet bij mij, dus waarom zou ik het doen?
Natuurlijk, soms ga ik wél. Omdat het een feest is van iemand die dichtbij mij staat. Dan wil ik er voor diegene zijn. Ik weet dat ik de dag erna ergens wel een instort momentje krijg, soms tot tranen aan toe, maar ik begrijp nu waar dat vandaan komt.

Vroeger had je termen als hoogsensitiviteit nog helemaal niet. Tenminste, ik wist er niet van. In deze tijd lijkt het soms wel een modewoord, maar als het echt op jou van toepassing is, kan het veel verklaren. En helpen om met je gevoelens om te gaan. Zo merk ik dat, in elk geval.

Op het feest van mijn jongste dochter, afgelopen week, sprak ik met een jongeman hierover. Zijn antwoord op mijn verhaal hoe het vroeger ging: “en dan was je waarschijnlijk boos op jezelf, vanwege je reactie”. Inderdaad. Want wat ik niet begreep, dat voelde verkeerd. Ik deed vast iets niet goed, dat ik zo reageerde… Wat mooi dat hij dat in één zin wist samen te vatten!
Een goede vriend nodigde mij n aantal jaar geleden uit voor een groot verjaardagsfeest. Een feest waar ik niet heel veel mensen zou kennen ook. Ik heb afgeslagen: “zo’n grote groep mensen is niets voor mij”. En ik gaf mijn burn-out de schuld. Nu ik hieraan terugdenk, was het eigenlijk gewoon een heel logische keuze. Ik voelde paniek bij het idee dat ik zou moeten gaan en heb het dus niet gedaan. “Bij twijfel niet oversteken”, hoor je wel eens. Dat was hier dus ook van toepassing. En ja, dat ik net uit mijn burn-out was gekropen, hielp op dat moment niet mee. Die vriend is overigens heel begripvol en als we elkaar in alle rust ontmoeten, hebben we de meest gezellige, inspirerende, fijne gesprekken. Dat is ook vriendschap. Of eigenlijk: dat IS vriendschap. Waarbij je elkaar in waarde laat.

Op Hoogsensitief.nl vind je 5 redenen om eerder van een feestje te vertrekken: https://hoogsensitief.nl/5-redenen-om-eerder-van-een-feestje-te-vertrekken/
Ik heb even zitten kijken naar die pagina, want het lijkt of er meer dan 5 redenen staan, door de oranje kopjes boven de alinea’s… Maar de eerste geeft alleen aan dat zo’n feestje intens kan zijn. Daarna komen de redenen: harde muziek, oppervlakkig, negatieve sfeer, spanning, snel moe.

Wat ik daarvan bij mijzelf herken? Veel! Als muziek hard staat, voel ik dat in mijn lijf. Het geeft me de kriebels, ik zou wel naar de volumeknop willen lopen, ik zoek het rustigste hoekje op. Heel lastig te omschrijven gevoel is dat. Het voelt vooral alsof mijn hele lijf onrustig wordt. Weg wil uit de situatie.
Eerlijk gezegd heb ik dat niet alleen op feestjes. Ook thuis, als iemand een keer graag een nummer op standje HARD wil luisteren, voel ik direct onrust in mijn lijf en reageer ik met de vraag of het zachter kan. Dat wordt me niet altijd in dank afgenomen. Als het niet verandert, ga ik dus ook uit de ruimte waar de muziek (of het tv-programma)  klinkt. Kan bijvoorbeeld in de auto dan weer niet, dat is een ander verhaal. Dan neem ik dat ene nummer voor lief (“het gaat voorbij, ook dit gaat voorbij…”) en zet ik daarna het volume weer omlaag.
Naar popconcerten ga ik liever ook niet. Ik pas ervoor om daar met doppen in mijn oren te staan/zitten. In de foyer worden vaak zelfs oordoppen verkocht! Doe dan het volume gewoon omlaag… Sommige mensen zeggen dan: nee joh, die muziek moet je VOELEN! Nou, ga je gang, aan mij niet besteed. Dan geniet ik liever thuis, waar ik zelf het volume kan bepalen.
Als ik bij uitzondering dan toch mijn muziek hard zet, is dat vaak om mijn gevoel van dat moment te overstemmen. Zo heb ik wel vaker met keihard het pianoconcert van Grieg aan staan schilderen. Oh ja, het is dus ook wel meestal klassiek wat ik hard durf te luisteren. Al herinner ik mij ook de periode vóór de kinderen, als ik dan gefrustreerd van werk of zo thuis kwam, dan ging Phil Collins op 10. Lekker die drums, die door hun ritme mij weer uit de frustratie konden halen. De structuur van ritme tegenover de chaos in mijn hoofd… hmm…

Dat de gesprekken op een feestje vaak oppervlakkig zijn, dat stoort mij niet zo. Dat weet je, want er zijn zoveel mensen, dat je mazzel moet hebben om er een goed gesprek te kunnen voeren. Daar is zo’n feestje ook eigenlijk niet voor bedoeld.
Wat ik wel oppik, zijn negatieve sferen. Inderdaad, als iemand boos of negatief kritisch loopt te doen, dan heb ik daar last van, ook al gaat het niet over mij. Ik heb inmiddels wel geleerd om dat niet te proberen te sussen, want ik ben er niet bij betrokken, maar fijn voelt het niet. Als iemand die dichtbij mij staat echter iets te fel in discussie gaat, kan ik me wel plaatsvervangend schamen. Dat voelt heel vervelend. Dan wil ik eigenlijk ingrijpen. Het is dan echt zaak om bij mijzelf te herhalen: “ik ben hier niet verantwoordelijk voor!”

In diezelfde lijn ligt het aanvoelen van spanning. Ik kan zelfs op een gewone verjaardag voelen dat er spanning tussen mensen hangt. En daar last van hebben. Al hoeft het niet altijd bewust te zijn en besef ik me soms naderhand pas waarom ik mij ongemakkelijk heb gevoeld.  Soms helpt het trucje wel, waarbij je jezelf in een denkbeeldige bubbel plaatst, zodat de negativiteit je niet kan raken. Wat ik ooit leerde van een coach, pas ik ook wel eens toe: “zorg dat je zo zit, dat je degene bij wie je de spanning van het gezicht kunt aflezen, niet kunt zien”. Want hoe vaak heb ik me niet aangesproken gevoeld door een verongelijkt gezicht, terwijl ik daar zelf niets mee te maken had…

Dat ik dan snel moe word op een druk feest met harde muziek, is geen wonder. Wat die jongeman zei, klopt ook hier: ik kon best boos worden op mijzelf, als ik spelbreker moest zijn omdat ik het niet meer trok. Dat ik naar huis wilde, terwijl degene met wie ik samen was, nog helemaal niet zo ver was. Ik zeg het nu wel van tevoren: “ik weet niet hoe lang ik het ga volhouden. Misschien wil ik wel eerder weg”. Daar wordt vaak op gereageerd met: “dat zullen we wel zien. Kijk nou maar gewoon.” En eerlijk gezegd, voel ik me dan nog steeds best wel schuldig als ik inderdaad eerder weg wil dan het einde van het feest. Het helpt vaak, als ik dan niet de enige blijk te zijn, die al naar huis gaat. Misschien niet helemaal zoals ik dat zou willen: ik wil het liefst mijn eigen keuze maken en dat die keuze gewoon gerespecteerd wordt. Maar tegelijk voel ik ook die ander, die nog wel langer zou willen blijven. Die ik dan ook weer niet wil teleurstellen. Keuzes, keuzes…

Wil ik toch even afsluiten met een zin, die ik laatst ergens las: ‘empathie betekent niet dat je het moet dragen’. Je mag de ander aanvoelen, maar je hoeft het niet op te lossen. Vaak kun je dat niet eens… Misschien schrijf ik hier nog wel eens uitgebreider over.

Voor nu is misschien wel mijn grootste ontdekking dat ik inderdaad altijd al anders was dan de rest, maar dat ik mijzelf daar nu pas toestemming voor geef…

Afbeelding: meestal kies ik hiervoor iets uit mijn afbeeldingen-bibliotheek, maar deze keer heb ik er eentje bij de blog gemaakt. Panda en Beer zoeken de rust, terwijl op de achtergrond een vrolijk, maar luid feest aan de gang is.


Ontdek meer van Making Things Bearable

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*