Muziek is een vak

Muziek is een vak

Het lijkt wel alsof ik, nu ik zelf op het punt sta om qua muziekles met pensioen te gaan, nóg meer nadenk over het belang van muziekonderwijs en hoe er anderen daarin staan. Over wat muziek betekent en hoe bereikbaar/benaderbaar het is of mag zijn.
Ik ken mensen die muziek op een zodanig hoog voetstuk plaatsen, dat het voor de gemiddelde mens haast onbereikbaar wordt. Je mag alleen aan de muziek van de gevestigde componisten komen, als je dat op een hoog niveau doet. Dat idee.
Daarnaast staat de uitspraak: muziek is van iedereen. Jeroen Schipper schreef een liedje met die titel, wat in de online methode 123ZING staat. Met opzet ‘van’, omdat het ging om voor én door. We zongen het bij de eerste Kindermuziekweek, in 2019.

Vroeger (en nu voel ik mij opeens oud, haha) had ik op school eigenlijk alleen muziekles in de vorm van liedjes zingen. En dan vooral in de zesde klas, als je bij zuster Leonie zat: liedjes van Benny Vreden – met die platen die je kon omdraaien voor de instrumentale versie – en vooral veel liedjes voor de kerk (ik zat op een katholieke school). Ik herinner me niet of we met muziekinstrumenten werkten.

Online vond ik een thesis van een muziekwetenschapper over het muziekonderwijs in de 20e eeuw (geschreven in 2005). Grappige conclusie al meteen in het Woord Vooraf:
– De rode draad in dit stuk loopt langs het zangonderwijs in de lagere school en de ontwikkelingen en veranderingen die dat proces ondergaan heeft via veel ontevredenheid over docenten, methodes en inspecties (gelukkig nooit over kinderen!) naar…….zangonderwijs. –

Nou is de 21e eeuw inmiddels zo’n 26 jaar aan de gang en daarin is veel gebeurd op dit gebied. Meer Muziek in de Klas is opgericht, er zijn veel digitale muziekmethodes ontwikkeld (123ZING, Zangexpress, Eigenwijs Next zijn een paar grote) en professor Erik Scherder is veel te zien en te horen met zijn wetenschappelijke onderbouwingen.
Koningin Máxima is één van de mensen die aan de basis hebben gestaan van Meer Muziek in de Klas. Het begon met een subsidieregeling, waarbij scholen voor een paar jaar een vakleerkracht muziek konden aantrekken, die ervoor moest gaan zorgen dat muziek weer in alle groepen gegeven ging worden. Die vakleerkracht zou dan de groepsleerkrachten zoveel handvatten kunnen bieden, dat ze het naderhand zelf konden doorzetten.

In de praktijk, ik was zelf ook zo’n vakleerkracht, kwam het er vaak op neer dat de school zei: in 2 jaar alle groepsleerkrachten scholen om muziek te kunnen geven, is natuurlijk een utopie. Geef maar gewoon goede lessen voor zolang het kan. Op veel scholen verdween daarna de vakleerkracht en ook de muziekles, op sommige scholen pakten de groepsleerkrachten het wél op en op weer andere scholen bleef de vakleerkracht de muzieklessen geven. Dat laatste is natuurlijk wat je wilde, als vakleerkracht zijnde. Maar was het realistisch?

Ik moet zeggen dat het voor mij ook raar voelde: ik had zelf een 5 jarige (ja, dat was toen nog zo lang) conservatoriumopleiding gedaan, om op een verantwoorde manier kinderen muziekles te kunnen geven. Zo zat ik erin. En nu zou ik mijn vak ‘weggeven’ door groepsleerkrachten aan te sporen om zelf de lessen te gaan doen?
Eerder had ik dat gevoel ook al eens gehad, toen ik stage liep op een PABO. Ja, ik vond en vind het belangrijk dat kinderen in het basisonderwijs goed muziekles krijgen. Maar hé, dat kon ik als specialist dan toch veel beter dan de groepsleerkracht? En bracht ik op deze manier niet mijn eigen broodwinning in gevaar?

Terug naar muziek van iedereen. Je zou er nog een hele verhandeling over kunnen schrijven, als je kijkt naar hoe muziek dan van iedereen is. Het hebben over popmuziek, klassieke muziek, volksmuziek. Waarbij het ene genre zich dichter bij de mensen bevindt dan het andere, zo lijkt het wel. Misschien wijd ik daar nog eens een andere blog aan. Net als aan de verandering bij Meer Muziek in de Klas. Tegenwoordig is hun missie: Méér kunst en cultuuronderwijs voor álle kinderen en jongeren. Ieder kind verdient de kans om kunst en cultuur te ontdekken. Zowel op school, als daarbuiten. Het is dus breder dan alleen muziek. Als muziekjuf én interne cultuurcoördinator vind ik dat interessant.

Vóór mij ligt voorlopig de taak om mijn muziekonderwijs door te geven aan het team op de school waar ik tot de zomer nog werk. Geld voor een nieuwe vakleerkracht is er niet. De groepsleerkrachten gaan het dus zelf doen. En dan merk ik dat ik het belang van de aanwezigheid van muziekonderwijs bijna hoger heb staan dan de kwaliteit ervan. Waarmee ik absoluut niet wil zeggen dat een groepsleerkracht geen kwalitatief goed muziekonderwijs zou kunnen geven. In tegendeel: door alle ontwikkelingen in muziek-methode-land is dat steeds dichterbij gekomen. Het materiaal is uiterst gebruiksvriendelijk en doordat er kwalitatief goed voorbeeldmateriaal in zit, kunnen de kinderen nog steeds leren zingen, spelen en dansen. Door het vaak te doen, leert de groepsleerkracht vanzelf mee en gaat het hem/haar steeds gemakkelijker af.
Maar eerlijk is eerlijk: zoals bij alle specifieke vakken (denk ook aan gym) mis je dan toch de skills van de vakspecialist, die verder kan komen.

Nu is het eerst zaak dat de collega’s gaan ervaren dat zij prima muziekles kunnen geven, als ze het maar gewoon gaan DOEN. Dat is ook niet gek, dat stukje durven. Met zo weinig uren muziek op de opleidingen van tegenwoordig, snap ik best dat het spannend kan zijn. Maite Roest schreef er in de Pyramide van januari 2025 een artikel over, met de titel ‘Muziekles durven geven, 7 tips’.
Na een gedeelte over hoe ze haar eigen idee over goed muziekonderwijs aan leerkrachten probeerde over te brengen, gooide ze het over een andere boeg:
– In eerste instantie zet ik mijn eigen idee over wat ‘goed’ muziekonderwijs is helemaal opzij en ga ik in gesprek met elke individuele leerkracht. Wat doe je al aan muziek? Welke domeinen (zingen, spelen, luisteren, bewegen, componeren, presenteren) spreken je aan? Bij welke domeinen voel jij je comfortabel? Bij welke niet? Waarin zou je je willen ontwikkelen? Wat voor muziekonderwijs zie jij voor je met jouw groep? Met deze vragen ontdek ik hun voorkeuren en angsten, waar hun kracht ligt én met welke argumenten ik ze kan geruststellen. En dat is mijn boodschap aan de muziekdocent: achterhaal waarmee je de leerkracht geruststelt. De leerkracht en ik bepalen vervolgens samen hoe we het traject willen vormgeven en wat het eindpunt is. Ondertussen probeer ik de leerkracht alvast gerust te stellen door te stellen dat een lied aanleren best met het DigiBord mag, als de leerlingen maar de kans krijgen om samen te zingen. –

Daar ligt voor mij dus ook de les: kijk naar de leerkrachten zelf, bepaal wat haalbaar is, geef ze handvatten en vooral: stel ze gerust. Jij kunt het ook! En hier heb je handig materiaal. Want muziek IS een vak. Niet alleen met een plekje op het rooster; de kinderen verdienen het om er daadwerkelijk les in te krijgen.

En ik? Ik mag leren loslaten. Mijn ‘kindje’ – de muziekles op school – mag ik na 24 jaar op eigen benen laten staan. Ik betrap mijzelf er wel op dat ik hier minder goed op voorbereid ben dan ik bij mijn eigen kinderen was…

Afbeelding: Purple Rain, 60 x 80 cm, acryl op canvas. Omdat ik een aantal intuïtief geschilderde werken heb, die ik – net zo intuïtief – muzikale titels heb gegeven. Dit is één van mijn favorieten.


Ontdek meer van Making Things Bearable

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*