Samen

Ik had van de week een afspraak in een wijkcentrum, in verband met een komende zomermarkt. Ik wilde daar een workshop aanbieden rondom mijn Paradijsvogelplein. De afspraak was met degene die daar de kinderactiviteiten coördineert, ik noem m even Jaap.
Waarom ik daarover schrijf? Het werd een gesprek over meer dan alleen mijn boek. Jaap bleek ook uit het onderwijs te komen en we vonden elkaar in de betekenis van woorden. In hoe woorden worden gebruikt, labels worden geplakt, vaak zonder echt naar de inhoud te handelen.
Het begon zo: We schudden elkaar de hand, praatten over het mooie weer en ik verzuchtte: “wat wil je nog meer!” Jaap: “wereldvrede!” Geen speld tussen te krijgen.
Ik kwam natuurlijk voor iets anders en begon te vertellen hoe mijn Paradijsvogelplein het thema inclusiviteit heeft gekregen. Iedereen mag zichzelf zijn, iedereen hoort erbij. Maar ook dat ik het boek in eerste instantie helemaal niet met die intentie was begonnen te maken. Dat deze thematiek eruit komt, geeft voor mij aan dat het iets is wat in mijzelf zit. Ik tekende en schreef zoals ik ben.
Dat was raak, want Jaap begon direct over hoe we eigenlijk allemaal in de kern die waarden gewoon hebben. Over hoe woorden als inclusiviteit en verbinding tegenwoordig te pas en te onpas worden rondgestrooid. Hoe de (plaatselijke) politiek kan praten over hoe belangrijk cohesie is, maar er ondertussen niet of weinig naar handelt. Geen praktische invulling preekt of mogelijk maakt.
Ik heb verteld over hoe ik na mijn burn-out in 2018 anders in het onderwijs stond. Toen daarna de coronatijd kwam, werd dat nog duidelijker. Ik paste er eigenlijk niet meer zo goed in. Jaap snapte dat. “Kinderen worden door een mal gehaald”, noemde hij het. En zei erbij dat die periode voor hem ook de doorslag had gegeven om het onderwijs uit te gaan.
We hadden het ook over hoe mensen door overheid en media werden meegenomen, tijdens corona. Jaap zei: “volgens mij heeft iedereen toen wel op een bepaald moment gevoeld dat er iets niet klopte. Maar veel mensen hebben dat gevoel weggedrukt.” En volgens hem druk je dan eigenlijk een deel van jezelf weg, als je niet naar je gevoel luistert…
De voornaamste reden dat ik me niet meer goed op mijn plek voel, is precies dát, het voelen. De tweestrijd die er regelmatig is, omdat ik aan de ene kant mijn lessen wil geven en dus van de kinderen vraag om zich te gedragen en mee te doen, waarbij ik volgens de regels van de school wil werken; en aan de andere kant weet ik inmiddels hoe belangrijk het is om bij je gevoel te blijven, ook als je kind bent. Om je gevoel serieus te nemen, om te weten dat jouw gevoel er mag zijn.
Jaap en ik waren het erover eens dat kinderen best mogen leren wat fatsoen is. Dat je ze mag meegeven hoe je respectvol met elkaar omgaat. Maar ook dat kinderen van zichzelf eigenlijk helemaal geen oordeel hebben of kennen. Dat dat allemaal aangeleerd is.
Ik zag ooit een filmpje – wat ik helaas niet kan terugvinden – over kleuters die om de beurt met z’n tweeën voor de klas mochten staan, waarbij de andere kinderen de opdracht kregen om te beschrijven wat ze zagen. Wat ik daarvan heb onthouden is, dat alles gezien werd, jurkje, broek, lang haar, kort haar, soort schoenen, bril, etc, maar niet… de huidskleur. Zo mooi! Kinderen zien gewoon kinderen. En áls ze al die huidskleur noemen, is het gewoon een beschrijving, zonder oordeel. Zodra kinderen over anderen oordelen, is dat aangeleerd gedrag.
Wij volwassenen hangen overal een betekenis aan. Natuurlijk, die is er ook wel vaak, als je je bewust bent van de wereldgeschiedenis. Maar wat nou als we allemaal eens zouden kijken door de ogen van kinderen?
Mijn oudste kleindochter gaat naar school op een zogeheten Inclusief Kindcentrum. Weer dat woord. In dit geval begrijp ik het wel: de school is een samenvoeging van regulier én speciaal onderwijs. Onderwijs op verschillend niveau en met verschillende insteek, maar alle kinderen komen naar hetzelfde gebouw. Gaan ook met elkaar op schoolreis. Hoe mooi is dat!
Ja, totdat je als oma tussen de ouders op het schoolplein staat en hoort dat iemand zich enorm heeft geërgerd aan het feit dat ‘die kinderen’ bij haar ‘normale kind’ in dezelfde bus hadden gezeten. Dat dat dus écht niet kon, volgens haar. ‘Die kinderen’ zouden de hele schoolreis negatief hebben beïnvloed.
Ik moet je zeggen, mijn mond viel nog net niet open. Je wéét waar je je kind op school doet, dat is al punt 1. Maar daarbij: wat leer je je kinderen als jij zelf zo oordelend over anderen praat?
Ik was ook verbaasd dat ze dat gewoon keihard voor de school stond te verkondigen. Wat nou als er ook ouders van ‘die kinderen’ konden meeluisteren? Hoeveel pijn deed ze die dan?
Op zo’n moment zou ik de discussie kunnen aangaan, maar dat doe ik dan weer niet. Ik ben overdonderd door zoveel kortzichtigheid; ik heb tijd nodig om mijn eigen standpunt goed onder woorden te brengen. Ik ga de confrontatie dan liever uit de weg.
Terug naar die inclusiviteit. Ik zie mezelf het net ‘mooi’ noemen, dat kinderen met verschillende leerbehoeften in hetzelfde gebouw naar school mogen. Dat zou niet mooi moeten zijn, maar normaal. Zo is het dus gegroeid in de maatschappij… blijkbaar is allemaal samen niet meer normaal…
Ik ben groot voorstander voor passend onderwijs voor elk kind. En niet andersom. Niet kinderen in een keurslijf. Of dat dan op speciale scholen moet, of dat er binnen het reguliere onderwijs meer mogelijk (geld!) moet zijn om elk kind te kunnen bieden wat het nodig heeft… zeg het maar. In elk geval zie ik school als een afspiegeling van de maatschappij en dus zou samen in één gebouw, samen in één schoolbus nooit een probleem mogen zijn.
In mijn muzieklessen staat altijd voorop: we doen het samen. Je hoeft echt niet ieder kind in je klas lief te vinden, om toch te kunnen samenwerken. Je hoeft niet met iedereen vriendjes te zijn, om toch gewoon naast elkaar te kunnen zitten. Het gaat om de intentie van samen.
Ik heb het aan den lijve meegemaakt, er niet bij horen. Gepest worden. Ik draag het nog steeds met me mee. Als ik dat aan kinderen vertel, maakt dat vaak wel indruk. Blijft dat zó lang bij je? Ja, dat doet het.
Mijn boek ontstond doordat ik de fantasie van mijn binnenkind helemaal de vrije hand heb gegeven. Daardoor kwamen als van zelf mijn waarden naar voren. Bij mij hoort iedereen erbij. Kan iedereen naast elkaar wonen en leven. Noem me naïef. Dat is het eigenlijk letterlijk ook: ik kijk graag door de ogen van een kind.
Hoe een praktisch gesprek een mooie ontmoeting werd. Dankjewel Jaap die geen Jaap heet, maar die ik even lekker anoniem wil laten. En die workshop? Die krijgt een eenvoudige invulling, want die dag is er nog veel meer te beleven in dat bruisende wijkcentrum!
[Nu het meivakantie is, doe ik het eens lekker anders: blog op donderdag! Tussen de dinsdagen in. Kunnen jullie vast wel handelen 😉]
Afbeelding: uit Paradijsvogelplein: elke vogel is welkom. Je bouwt je eigen thuis en als je een watervogel bent, graaf je er gewoon een vijver bij om in te zwemmen.
Ontdek meer van Making Things Bearable
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie