Kinderboeken

Het zijn de Nationale Voorleesdagen. Deze week ben ik met mijn Paradijsvogelplein op een paar scholen. Om voor te lezen, het liedje te zingen en de kinderen aan te sporen om hun eigen paradijsvogels te tekenen. Heel leuk om te doen. En mijn boek krijgt meteen weer wat aandacht.
Omdát het die voorleesdagen zijn, kom ik nogal wat tegen over het fenomeen ‘voorlezen’. Over het belang ervan. Over wie er allemaal in het hele land gaat voorlezen op scholen. Over het prentenboek van het jaar. En ga zo maar door.
Toch weer een heel commercieel circus, als we niet uitkijken. Of misschien is dat wel gewoon de bedoeling. Toch doet het ook wat in mijn hoofd: waarom hebben we dit blijkbaar nodig? Voorlezen is toch heel normaal? Dat doet toch iedereen?
Blijkbaar niet. Want net als met de Kinderboekenweek, is het nodig om de kinderboeken – en nu dus ook het voorlezen – eens extra aandacht te geven. Voor wie? Voor de kinderen? Dat mag ik hopen! Natuurlijk weet ik ook dat echt niet bij iedereen voorlezen iets is wat er gewoon bij hoort. In die zin zijn zulke evenementen zeker waardevol.
Ik las een discussie over wel of niet voorlezen als je kind zelf kan lezen. Iemand zei: dat is net als stoppen met praten, zodra je kind dat zelf kan. Hmm, goeie. En zeg nou eerlijk, hoeveel volwassenen houden er niet van om een luisterboek voorgelezen te krijgen?
Hier thuis hebben we altijd voorgelezen. Van heel kleins af aan. Het ene kind genoot van je stem, ongeacht wat je voorlas. Het andere praatte liever over de illustraties. Het ene kind kon al snel volgen waar je gebleven was, het andere droomde weg bij het verhaal, zolang de rode draad maar klopte.
Ik weet uit verhalen dat ik vroeger boos werd als mijn moeder niet exact voorlas wat er in het boekje stond. Er komt ook meteen zo’n Dick Bruna boekje bij me boven, over Klein Duimpje. Dat moest op de letter precies, haha. Ik zie dat wel vaker bij kinderen; je hebt het altijd zo voorgelezen en als je het dan opeens verandert, klopt het in hun hoofd niet meer.
Zoals gezegd, hier werd (en wordt) veel voorgelezen. Het moment van naar bed gaan bleef het langst: die minuten samen, met een boek, die waren goud. Ik denk wel dat ik nog heb voorgelezen tot mijn dochters een jaar of 10 waren. Soms deden we om de beurt een bladzijde, want ze wilden ook laten horen dat ze het zelf konden.
Nu ik kleindochters heb, begint dat hele feestje opnieuw. Veeeel voorlezen. Een plank in mijn boekenkast staat vol met kinderboeken en daar wordt er steeds eentje uit getrokken: “deze, oma!”
Oudste kleindochter leest inmiddels zelf ook goed (jawel, ze is 5, zit in de genen, denk ik) en nu word ik wel verbeterd omdat ze kan meelezen. Maar net zo vaak ook niet, omdat ze het gewoon fijn vindt, zolang het verhaal blijft kloppen.
Vandaag kreeg ik een appje met een filmpje van jongste kleindochter (3): ze had een kameleon getekend (op haar manier) en omdat ze niet direct de naam van het dier wist, deed ze het voor met haar vinger vanaf haar mond: “FLP!” Ik had haar voorgelezen uit ‘Panda en Beer gaan voor groen’ en daar staat een kameleon in. Als ik voorlees, vertel ik er vaak nog meer bij dan er staat en dus had ik uitgelegd hoe dat dier vliegjes vangt… Zo mooi om dat dan op een heel ander moment weer terug te krijgen!
Overigens is jongste kleindochter op het moment gek met mijn Panda en Beer boekjes. Die worden steeds (allemaal tegelijk) gepakt. Achterop staat mijn logo en mijn website. Zij, met haar vingertje daarlangs: “de-ze heeft o-ma ge-maakt! Dat staat daar, oma!”
Op school zie ik ook veel extra leesactiviteiten in deze dagen. Zowel met Kinderboekenweek als nu, gaan dan de oudere kinderen voorlezen bij de jonkies. En ook ouders en grootouders worden ingevlogen. Mooi moment voor contact én er wordt voorgelezen, wat wil je nog meer.
Waar is dat voorlezen dan zo goed voor? Ehm, wat dacht je van woordenschat? Je pikt ze er zo uit, in een kleutergroep, de kinderen die veel voorgelezen krijgen. Die gebruiken woorden waarvan je soms denkt: hoe kom je eraan? Want alle woorden die een kind gebruikt, heeft het ooit ergens gehoord. Praten leer je door te luisteren. Je woordenschat groeit als je veel woorden hoort. Natuurlijk is het de kunst om die woorden dan op het juiste moment in te zetten. En daar merk je dan vaak aan hoe ‘talig’ een kind is.
Toen ik mijn eigen boekjes schreef, heb ik daar ook wel woorden in gebruikt die je niet elke dag hoort. ‘Carillon’, bijvoorbeeld, in ‘Panda en Beer ontdekken Amersfoort’. Iemand zei dat kinderen dat woord niet kennen en ik het dus niet moest gebruiken. Niet mee eens. Juist wél gebruiken, zodat het in de woordenschat terechtkomt. Voorlezer kan het wel uitleggen en zo wordt voorlezen niet alleen letters en woorden spreken, maar betekenisvol een verhaal vertellen.
Dat boekje over Amersfoort is op rijm, met een ritme zoals ook in de Nijntje boekjes van Dick Bruna. Dat maakt dat het lekker loopt en kinderen het snel onthouden. Het betekent natuurlijk niet dat je niet kunt praten over wat er verteld wordt, of getekend is. Dat maakt voor mij het voorlezen zo leuk: als het tekst is, waarover is nagedacht, lees ik die graag voor zoals het er staat. Rijmend, met woordgrapjes, met woorden om van te leren. Dan is voorlezen net muziek maken. Daarna is het heerlijk om erover te praten met de kinderen.
Er bestaan ook boeken waar helemaal geen tekst in staat. Dan is het aan jou om – liefst sámen met het kind – uit de plaatjes het verhaal te destilleren. ‘Waar is de taart’ van Thé Tjong King is zo’n voorbeeld. Elke keer als je het ‘leest’ zie je nieuwe dingen en wordt het verhaal uitgebreider. Grappig is wel, dat zelfs daarbij kinderen heel strikt kunnen zijn: je moet wel alles benoemen en bij sommigen liefst ook nog steeds in dezelfde volgorde, haha.
Op de website van Bruna las ik een review over mijn Paradijsvogelplein. Wat mij is bijgebleven is, dat het verhaal niet sterk genoeg bevonden werd. Natuurlijk is dat een persoonlijke mening van iemand en doet dat niets af aan mijn intentie met het boek. Toch heb ik dan de neiging om te zeggen: heb je het wel goed gelezen dan? Ben je gaan dóórpraten over wat er staat en wat er te zien is? Ik ben ervan overtuigd dat, zodra je dat doet, ook dit boek er eentje is dat je vaak kunt voorlezen. Compleet met ‘wonderwitte watervogel’ en de ‘zeven stapelzotte zussen’. En vergeet vooral de boom niet. Op elke plaat verandert die een beetje…
Afbeelding: acrylschilderij van Panda. Niet te koop. Omdat dit het figuur is – naast Beer – waar mijn hele kinderboekenavontuur mee is begonnen.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie